Volle terrassen, lege portefeuilles: wat de Belgische horeca vandaag écht bezighoudt.
- Gino Vermeulen

- 2 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
Als je vanop een terras in Brugge, Gent of Antwerpen naar de drukte kijkt, zou je denken dat het goed gaat met onze sector. De zon schijnt, de pintjes gaan vlot over de toog, en 's avonds zit het vol. Maar wie de zaak van binnenuit kent en na jaren in de keuken en aan de rekentafel ken ik ze van binnenuit weet dat de drukte op het terras niets zegt over wat er onderaan de streep overblijft.
En dáár knelt het schoentje in 2026.

De cijfers liegen niet: horeca staat vooraan in de rij
Laat ik met de harde realiteit beginnen, want daar begin ik bij een audit ook mee. De horeca is opnieuw de zwaarst getroffen sector op het vlak van faillissementen in België. In de eerste maanden van 2026 gingen er al meer dan honderd horecazaken over de kop. Cafés, restaurants én cateraars, alle drie geraakt.
Dat is geen toeval en geen pech. Dat is het gevolg van een sector waar de omzet stijgt maar de winst verdampt. Stijgende inkoopprijzen, hogere loonkosten, energie die duur blijft, en een klant die kritischer wordt over elke euro. Je kan een zaak vol krijgen en tóch elke maand geld verliezen. Ik zie het te vaak.
Waar de ondernemers vandaag wakker van liggen
Als ik met uitbaters aan tafel zit, komen dezelfde thema's telkens terug. Drie springen eruit.
1. De marge, niet de omzet. Te veel collega's blijven staren naar hun dagontvangsten. Maar omzet is ijdelheid, winst is gezond verstand, en cashflow is overleven. De grote verschuiving van 2026 is dat winst steeds minder uit volume komt en steeds meer uit slimme keuzes. Een doordachte kaart, het bewust inzetten van de lage%-btw-producten, minder derving, sterkere sfeerbeleving. Wie zijn cijfers niet ként, echt kent, per gerecht, per shift vaart blind. En blind varen kost geld dat je vandaag niet meer hebt.
2. Personeel, en vooral de kost ervan. Het personeelstekort blijft structureel. In Vlaanderen staan er meer vacatures open dan in vijftien jaar, en de horeca wordt daarbij het hardst geraakt. Maar let op: het tekort is vaak niet het echte probleem. Het echte probleem is dikwijls de cultuur in de zaak. Waar het leiderschap klopt en mensen graag komen werken, lost het tekort zichzelf voor een groot stuk op. Zaken die hun personeel als "schaarse grondstof" behandelen, blijven zoeken. Zaken die investeren in hun mensen, worden gevonden.
3. Wat mag ik nu weer, en wat kost dat? De regelgeving beweegt in 2026 stevig. Het is voor menig uitbater een dagtaak op zich geworden.
De flexi-job: kans én valkuil
Over die regelgeving gesproken. De flexi-job is in 2026 aantrekkelijker dan ooit, en terecht een gespreksonderwerp aan elke toog. Het belastingvrije plafond is opgetrokken van 12.000 naar 18.000 euro per jaar. Voor jou als werkgever betekent dat: bruto is netto, en je roept mensen op wanneer je ze écht nodig hebt — het drukke weekend, de feestdag, het event.
Klinkt als de oplossing voor al je zorgen. En het is een prachtinstrument, laat daar geen twijfel over bestaan. Maar ik waarschuw mijn klanten altijd: een flexi-job is een pleister, geen genezing. Wie zijn hele werking op oproepkrachten bouwt, bouwt op los zand. Je kernploeg — de mensen die de ziel van je zaak dragen — die haal je niet uit een app. Gebruik flexi's om pieken op te vangen, niet om structureel gaten te vullen die eigenlijk over kwaliteit en continuïteit gaan.
En vergeet de rest niet. Het loonbarema van PC 302 is geen suggestie. Zelfs als een medewerker akkoord gaat met minder, ben jíj in overtreding, en de RSZ ziet dat rechtstreeks in je aangifte. Een controle betekent een rechtzetting én een boete. Voor een sector met marges zo dun als de onze is dat vaak de druppel.
De klant drinkt anders, en dat verandert alles
Nog iets dat te weinig uitbaters au sérieux nemen: het drinkgedrag kantelt. De klassieke alcoholverkoop daalt, no- en low-alcohol wint terrein. Voor een café dat het altijd van de pintjesmarge moest hebben, is dat een aardverschuiving.
Tegelijk blijft de gast graag buitenshuis eten — maar hij wil beléving. "Experience dining" groeit, terwijl de grijze middenmoot, de zaak die niets fout doet maar ook niets bijzonders, stilaan verdwijnt. Dat is de harde les van deze markt: je moet een duidelijke keuze maken. Wéét voor wie je bestaat, en durf de rest los te laten. Iedereen willen plezieren is de snelste weg naar niemand raken.
Wat ik ondernemers vandaag aanraad
Geen hoogdravende theorie, gewoon wat werkt:
Ken je cijfers per gerecht en per shift. Niet je omzet — je bijdrage. Waar verdien je, waar bloed je?
Maak van je kaart een strategisch instrument. Minder gerechten, betere marges, minder derving, bewuste btw-mix.
Bouw een kernploeg, vang pieken op met flexi's. Niet omgekeerd.
Zet elke maand iets opzij. Al is het 500 euro. Een buffer is geen luxe, het is je enige airbag.
Verbeter één ding goed. Niet alles tegelijk. Kies je grootste hefboom en ga erin.
Tot slot
De horeca van 2026 draait om balanceren: tussen gastvrijheid en kostenbeheersing, tussen beleving en bedrijfsvoering, tussen groeidroom en realisme. De zaken die overleven zijn niet per se de mooiste of de grootste. Het zijn de zaken die hun cijfers kennen, duidelijke keuzes maken en hun mensen niet als kost maar als kapitaal zien.
Rendement boven sterren. Zo simpel, en zo moeilijk.
Zit je zelf met de vraag waar in jouw zaak het geld weglekt? Dat is precies wat een grondige audit of een frisse blik van buitenaf blootlegt. Soms zie je het pas als iemand het samen met jou op tafel legt.
Beniewd hoe ik daarbij kan helpen?
Blijf op de hoogte
Wil je goed geïnformeerd blijven en geen waardevolle inzichten missen, schrijf je dan zeker in voor de maandelijkse update om op de hoogte te blijven.



